![]()
| "De aarde is van iedereen die onderweg even stopt, om zich heen kijkt en dan weer verder gaat." (Collete, Franse schrijfster) | |
|
lees ook de reistips over Kameroen zie ook de fotopagina over Kameroen |
|
|
|
DEEL 1 6 oktober 2005 Kameroen in duurde al even lang als Nigeria uit, want ook hier is het grote schrift heer en meester. Na ongeveer een uur konden we weer verder. De politie wist ons nog te vertellen dat er in Kameroen geen problemen waren, op de wegen na. En dat zullen we geweten hebben. Een paar kilometer na de grens hielden we halt voor de nacht. Veel ruimte was er niet, want de bush was hier erg dichtbegroeid, maar met wat wringen vonden we toch een plekje voor alle voertuigen. Op de volgende 61 kilometer piste van Ekok naar Mamfe, zouden we twee dagen doen. Het is de meest extreme 4x4-ervaring die we ooit gehad hebben. (Even een noot voor Stef, Webke, Bèrdje en co: het was van het kaliber waar je in Crus Ardennes alleen maar in mag met winch, en erger! Jullie zouden het hier geweldig naar jullie zin gehad hebben!). Voor onze Goofy was het echter te veel van het goede. Op bepaalde plaatsen was er geen sprake meer van een piste. Het enige wat er te zien was, waren gigantische kuilen, waar eerder zware vrachtwagens die vast waren komen te zitten, uitgegraven waren, waardoor er metershoge muren van modder, zand en keien gecreëerd werden. De kuilen stonden vol met water, soms zakte je tot aan je middel weg in de blubber. En daar moesten wij doorheen! Goofy dacht er anders over. Omdat hij zo zwaar geladen is en door de bladveren lager bij de grond ligt, kwam hij nogal eens vast te zitten en de winch van Rick en Bruce moest er een aantal keer aan te pas komen. Na de, ik weet niet hoeveelste keer vast zitten (waarbij het meerdere uren geduurd heeft voor de mannen hem weer uit de blubber hadden gehaald), werd er beslist om Goofy op de moeilijkste stukken aan te hangen bij een van de Defenders, zodat die ons erdoor kon trekken. Dat leverde volgens Rick nogal spectaculaire beelden op. Hij zei dat het langs achter eruit zag alsof Goofy als een vod van links naar rechts geslingerd werd. Op de echte zware stukken hadden de lokale mannen een zijroute gekapt uit de bush, zodat er een nieuw stukje piste ontstond, wat vaak al niet veel beter was dat het stuk waar je helemaal niet door kon. Er werd natuurlijk wel geld gevraagd om via de zijpiste te gaan. Klein probleempje voor ons, want wij hadden geen CFA’s. Kevin moest telkens zijn ‘missiewerker-talenten’ aanwenden om de lokale bevolking te overhalen ons toch te laten passeren. Op een van die zijpistes hing Goofy aan de Red Baron (Bruces auto). Alles leek goed te gaan, tot we een scherpe bocht moesten nemen om terug op de hoofdpiste te geraken. De Red Baron werd in de gracht getrokken, Goofy werd meegesleurd en een paar seconden later lagen ze beiden met de linkerflank in een hoek van 45 graden in de gracht. Onze rechter wielen hingen los van de grond; de zijwand van de gracht was het enige wat ons weerhield van volledig omkantelen. Spannende momenten. Ons grootste probleem echter was dat Goofy’s banden niet zo breed waren als die van de Defenders, waardoor de carrosserie alle klappen links en rechts opving. Na elk moeilijk stuk had Goofy er weer een deuk bij. En ik kan je verzekeren: na twee zulke dagen, is het geen mooi gezicht. Hij zal wat uurtjes bij de schoonheidsspecialiste moeten doorbrengen voor hij er weer als vanouds zal uitzien. De eerste helft van de ongeveer 135 kilometer van Mamfe naar Bamenda was opnieuw een piste, maar deze was gelukkig een heel stuk minder zwaar. We zouden die tweede dag niet meer in Bamenda geraken en omdat het al donker was, werd er beslist om in een dorpje te stoppen en te vragen of we de auto’s op het erf van een van de huisjes mochten zetten. We werden heel enthousiast ontvangen door de dorpschef, een oude, blinde man, die ons in zijn beste Spaans te woord stond (hij had jaren in Spanje gewerkt als schilder). Hij bleek een liefhebber te zijn van whisky en toen Kevin hem een fles cadeau deed, toverde hij een brede grijns op z’n gezicht. De volgende ochtend kregen we van hem nog een reuze papaja en een kip cadeau. De mannen begonnen al te watertanden; die avond zou er verse kip op het menu staan. Craig zou het beestje slachten en Jen zag het wel zitten om het plukwerk op zich te nemen. Tegen het einde van de dag had onze kip al een naam gekregen en zag niemand het meer echt zitten om Nando in de pan te zwieren (oef!). We lieten haar vrij op onze campingplaats, maar blijkbaar was Nando al gehecht geraakt aan ons, want de volgende dagen week ze niet van onze zijde. En al begon ze zich steeds meer te permitteren (we moesten haar voortdurend van de tafel en uit de auto halen), toch besloten we haar op te nemen in onze groep. Ze werd onder een emmer gezet, er werd een gat in de bodem gesneden, zodat ze haar kopje erdoor kon steken en de emmer werd vastgebonden op Ricks imperiaal. En sindsdien reist Nando met ons mee. ’s Nachts slaapt ze op het imperiaal van de Red Baron, naast de tent. Aanvankelijk was het een opluchting toen we opnieuw het asfalt bereikten voor de laatste km’s naar Bamenda, maar niet voor lang. We zaten namelijk volledig door onze remmen heen en het laatste stuk van het traject liep door een heel heuvelachtige terrein. Bergaf met alleen nog de motor om af te remmen, beangstigend! Vooral omdat er overal kinderen rondliepen. Je mag er niet aan denken wat er zou gebeurd zijn als eentje plots de straat zou overgestoken zijn. Roland bleef gelukkig heel kalm en slaagde er telkens in om Goofy tot stilstand te brengen als het nodig was, maar ik heb toch wel gezweet, hoor. In Bamenda hadden we twee dagen nodig om alle auto’s, onze kleren en onszelf een goede beurt te geven. Het duurde uren voor het grootste gedeelte van de modder weggespoeld was, er moesten nieuwe remmen gestoken worden, de trekhaak werd gedemonteerd omdat die door de klappen het chassis omhoog drukte, de olie van de Defenders werd vervangen en alles werd terug op punt gesteld. Op zondag 9 oktober, een week nadat we Lagos verlaten hadden, konden we op weg naar Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen, waar we onze visa voor Gabon en Congo moeten halen. Onderweg bleek Bruces achterwiel heet te worden, omdat de remschoenen bleven hangen en Ricks motor dreigde een aantal keer oververhit te geraken. Er zal dus nog het een en ander nagekeken moeten worden als we straks Yaoundé bereiken. Maar soit, de wegen zijn gelukkig verhard tot in de hoofdstad, we zijn nog allemaal gezond en hebben er nog steeds heel veel zin in, we vertoeven in goed gezelschap, we hebben een nieuw huisdier en we zijn klaar om aan de volgende etappe te beginnen. Kameroen leverde voor ons geen verdere
problemen op. In Yaoundé regelden we onze visa voor Gabon en Kongo,
sloegen weer wat etensvoorraad in en werd de uitlaat van Bruces auto gerepareerd
(op z’n Afrikaans,met als gevolg dat Bruce al even gefrustreerd
uit de garage kwam als wij uit de autokliniek in Ouagadougou). Wij vonden het zuiden van Kameroen prachtig; het is de echte Afrikaanse jungle waar je doorheen rijdt, heel dicht begroeid, alles om je heen is groen en de aarde heeft de bekende terracotta kleur. Echt een prachtig landschap. Af en toe zie je wel een vreemde verschijning, zoals een naakte man die op z’n dooie gemak door de hoofdstraat van een stadje wandelt, of, iets later, een al even naakte vrouw zittend op een bankje in de bushalte. Ik vraag me af of de buschauffeur ooit gestopt is aan die halte. Tot de volgende keer! |
|
| Geen
frames zichtbaar? Klik hier voor de volledige
versie.
Web design: Dominiek Croymans |
|