![]()
"Als je eten afwijst, gewoonten negeert, bang bent van godsdienst en de bevolking mijdt, kan je beter thuis blijven." (James Michener) |
|
|
2006-03-20 zie ook fotopagina van Tanzanië zie ook reistips voor Tanzanië |
|
|
|
Deel 1 5 – 18 maart 2006 De ongeveer duizend kilometer van de grens met Malawi tot in Dar Es Salaam loopt door een heel mooi bergachtig landschap. Een prachtige route, maar blijkbaar ook een gevaarlijke: op ongeveer honderd kilometer passeren we vier gekantelde vrachtwagens. Eén ongeluk is nog maar net gebeurd. De vrachtwagen vervoerde runderen en die liggen nu verpletterd onder het gevaarte. Hier en daar ligt er nog eentje te kreperen. Echt afschuwelijk. Het rijgedrag van, met name de vrachtwagen- en buschauffeurs is hier ook echt onverantwoord. Tegen 120 per uur vliegen die kerels over de weg. Blijkbaar hebben ze de indruk dat hen niets kan overkomen, met slogans als ‘in God we trust’, ‘kingdom of heaven’ of ‘for the glory of God’ op hun gat geschilderd. Ze zouden in dat kingdom nog eens rapper dan ze zelf denken, kunnen terecht komen. We houden twee dagen halt in The Old Farmhouse
in Iringa, waar we het ons nog eens permitteren om uit te gaan eten. Het
restaurant staat namelijk bekend om zijn lekkere keuken, alles vers van
de boerderij, en voor 6,5 euro per persoon krijgen we een heerlijk driegangendiner
voorgezet. Rolands bord is zelfs te klein voor de T-bone steak. David,
de verantwoordelijke van het restaurant, komt na het eten bij ons zitten
en leert ons een mondje Swahili. Hij beweert dat er vorige week nog twee
Belgen bij hen gelogeerd hebben. En ze waren nog wel met de fiets! Luc en May zijn al vier jaren onderweg en hebben nog één jaar te gaan. Ze hebben zowat alle continenten doorkruist: eerst met de rugzak naar Zuidoost-Azië, dan naar Australië en Nieuw-Zeeland, daarna door Zuid-Amerika, vervolgens zijn ze in België op de fiets gesprongen en helemaal naar Cambodja gereden en nu hebben ze de fietsen meegebracht naar Zuid-Afrika. Vanuit Nairobi vliegen ze terug naar België om zich klaar te maken voor de laatste etappe: Canada, de Verenigde Staten, Mexico en Cuba. Wereldreiziger, een zeer aantrekkelijke job, lijkt me. Misschien moeten we toch ook eens gaan solliciteren voor zo’n functie. Een heel stuk in de namiddag rijden we verder richting Mikumi National Park. De A7 loopt dwars door het noordelijke gedeelte van het park en met een beetje geluk krijg je hier gratis wat beestjes te zien. En we hebben het geluk aan onze kant vandaag: al meteen zien we, naast impala’s, ook een groepje zebra’s, enkele giraffen, een paar buffels, tientallen en nog eens tientallen olifanten én we krijgen maar liefst zevenleeuwen op een zilveren schoteltje opgediend! Ze liggen op zo’n vijftien meter van de weg. In Dar Es Salaam moet er weer het een en ander geregeld worden. We moeten op pad voor twee nieuwe banden, een ambetant jobke, maar wat moet, moet. We hebben ondertussen tien lekke banden gehad en onze twee Michelin modderbanden, die we vanuit België hebben meegebracht en in Nigeria hebben opgelegd, zijn zo goed als versleten. We vrezen dat we er niet meer ver mee geraken. Zowat alle bandenzaken in Dar hebben we gehad, denk ik, en we schrikken ons rot van de prijzen hier: bijna dubbel zo duur als in België! We willen hier ook al een aanvraag indienen voor het Soedanees visum, dus op naar de ambassade. Tot onze verrassing blijkt dat we dat visum hier al in ons paspoort geplakt kunnen krijgen, als we een aanbevelingsbrief van de Belgische ambassade kunnen voorleggen. Op de Belgische ambassade worden we heel hartelijk ontvangen door Ilse Lauwens, de consul. Ze neemt uitgebreid de tijd voor ons, schrijft ook alvast een aanbevelingsbrief die we straks in Sudan gaan nodig hebben om ons transitvisum voor Saoudi-Arabië te krijgen, laat ons even naar België bellen om na te gaan waar ons onderdeel van de compressor blijft én we mogen onze Goofy hier achter laten als we naar Zanzibar gaan. Als we vertrekken, geeft ze ons nog haar visitekaartje mee en zegt dat we niet moeten aarzelen om haar, waar dan ook in Afrika, te bellen als we problemen hebben. Wat een zalige madam! De camping in Dar delen we met drie jonge Zuid-Afrikanen, ook voor een jaar op reis door Afrika en ze willen helemaal rond gaan, van Johannesburg naar Johannesburg. Kessete, een van hen, komt op een avond bij ons pannenkoeken eten en het wordt een heel gezellige avond. ’s Zondags staat er ineens een grote vrachtwagen aan de andere kant van de omheining. ‘Is dit Goofy niet? Hebben jullie geen website?’ vraagt de vrouw. ‘Ik heb gisteren jullie verhalen nog gelezen op de site.’ En zo leren we Johan en Rianne kennen, zes maanden geleden uit Nederland vertrokken met hun Mercedes vrachtwagen en nu voor onbepaalde duur op reis. De hele dag zitten we samen te tetteren, we bewonderen hun vrachtwagen, die ze helemaal zelf ingericht hebben en gaan ’s avonds samen eten op het strand, onder het licht van de maan. Weer een heel leuke ontmoeting. Zanzibar, de droombestemming van veel toeristen. Wij hebben er ons niet te veel van voorgesteld, en misschien dat we het daarom zo vinden meevallen. Stonetown vinden we zalig. Dagenlang kuieren we rond in de steegjes waar je om elke hoek wel weer voor een nieuwe verrassing komt te staan; het eten is spotgoedkoop in de lokale stalletjes en we proberen gesprekjes aan te knopen met mensen die maar een paar woorden Engels spreken. Maar het leukst zijn de kinderen. Eens ze door hebben dat je de tijd wil nemen om met hen bezig te zijn, heb je binnen de kortste keren de hele buurt rond je nek hangen. Ze zijn heel erg gefascineerd door de foto’s die in onze reisgids staan. Ze komen allemaal rond me zitten, staan en hangen, de kleinsten kruipen op mijn schoot en tientallen keren moet ik ze de hele reeks opnieuw tonen. Bij elke foto leggen ze in het Swahili uit wat er op staat en dan moet ik hetzelfde doen in het Engels. Mijn Swahili-vocabulaire is weer een beetje gegroeid. De mama’s en papa’s staan van op een afstandje goedkeurend te knikken en te lachen. We trekken naar het noordelijkste puntje van het eiland, voor twee dagen zon, zee en strand. De twee laatste zijn in overvloed aanwezig, het eerste iets minder. Vijf minuten nadat we ons op het strand geïnstalleerd hebben, begint het, voor de rest van de dag, te regenen. Moeten wij natuurlijk weer voorhebben. Dan maar weer terug naar Stonetown de volgende dag, waar de wolken volledig verdwijnen als we aankomen en het opnieuw een schitterende dag wordt. Vanuit Dar rijden we naar het noorden, naar Pangani, een kustdorpje ten zuiden van Tanga. Het zal waarschijnlijk de laatste keer zijn dat we de Indische Oceaan te zien krijgen deze reis en daar willen we toch nog even van genieten. We staan met onze Goofy vlak aan het strand en ’s avonds liggen we vanuit de tent te genieten van de maan die het wateroppervlak doet schitteren. Weer een plaatje om te bewaren in onze herinneringen. Deel 2 (18 – 24 maart 2006) Van een prachtig plekje aan de Indische Oceaan naar Lushoto in de al even indrukwekkende Usambara Mountains. De ideale plek om te gaan wandelen en te genieten van het uitzicht van op onze kampplaats. Op de lokale markt slaan we verse groenten en fruit in, altijd kwalitatief veel beter én stukken goedkoper dan in een supermarktje. De prijs achterhalen moet via gebarentaal, want niemand spreekt hier Engels. En het vrouwtje dat een van onze stoelhoezen repareert op haar oude ‘Singer, slinger, naaimachien’ wil zo graag een babbeltje slaan (en wij ook), maar met mijn Swahili-vocabulaire van ongeveer 10 woorden is dat niet zo gemakkelijk. De Kilimanjaro beklimmen zit niet in ons budget, maar we willen hem wel graag van dichtbij zien. Een paar jaar geleden hebben we hem vanuit de lucht kunnen bewonderen, toen we er overheen vlogen, en met die herinnering zullen we het voorlopig moeten blijven doen, want de wolken hangen tot op de grond. Dan maar verder naar Arusha. Al weken hebben de Serengeti en de Ngorongoro krater ons bezig gehouden. Gaan we ze nu wel of niet doen? Sinds 1 januari zijn de prijzen een heel stuk de hoogte ingegaan, waardoor een bezoek nu afschuwelijk duur geworden is. We hebben met heel veel andere reizigers gesproken en de enigen die zeiden dat het zijn geld waard was, waren diegenen die het georganiseerd hadden gedaan (met een kostenplaatje van zo’n 630 US$ voor 5 dagen). Al diegenen die er met hun eigen vervoer doorheen waren gereden, zeiden hetzelfde: ‘Als je het je niet kan permitteren om meerdere dagen in de Serengeti rond te rijden, doe het dan niet, want dan is het geldverspilling.’ Iedereen heeft natuurlijk een andere ervaring, en misschien ook een ander verwachtingspatroon. Wij zouden dolgraag nog eens een luipaard willen zien, want dat is geleden van 2001 en de migratie van de wildebeesten zou dé topper zijn. Maar voor dat laatste zitten we niet in het juiste seizoen en voor het eerste weten we dat we veel geluk moeten hebben. 170 US$ per dag voor de Serengeti en nog meer voor de Ngorongoro én dan nog eens veel geluk moeten hebben … Na veel wikken en wegen besluiten we het niet te doen. Na twee dagen Arusha rijden we naar het westen, naar de grens met Rwanda. De weg is goed, tot we voorbij de toegangswegen naar de Serengeti en Tarangire N.P. zijn; dan houdt het asfalt op en hobbelen we, soms tegen 20 per uur, op een afschuwelijk slechte piste verder richting Singida. We hebben het gevoel dat we terug op de Angolese wegen zitten. Van Singida naar Nzega zijn de Chinezen bezig met het aanleggen van een nieuwe weg, maar daar hebben wij op dit moment niet veel aan, aangezien die nog lang niet klaar is. Wij hobbelen en bobbelen dus lustig verder op de piste die ernaast ligt, zoeken een mooi plekje om te bushcampen en zetten de volgende morgen onze tocht verder richting de grens. Die kunnen we vandaag wel halen als we willen, maar omdat we er geen idee van hebben hoeveel tijd de grensovergang in beslag zal nemen en we niet in het donker richting Kigali willen gaan rijden, besluiten we nog een nachtje te bushcampen. Morgenvroeg zullen we Rwanda binnen rijden
… met gemengde gevoelens. Iedereen heeft ondertussen wel weet van
de bloederige geschiedenis van dit kleine landje en België heeft
daarin niet zo’n fraaie rol gespeeld. En er zijn nog steeds niet
zo veel Afrika-reizigers die Rwanda op hun lijstje zetten, maar diegenen
die we tegen gekomen zijn die het wel gedaan hebben, waren het er unaniem
over eens dat het een land is dat absoluut de moeite van een bezoek waard
is. Kwa heri! |
|
| Geen
frames zichtbaar? Klik hier voor de volledige
versie.
Web design: Dominiek Croymans |
|