Jaarthema

‘Vlieg je mee? Wondere ruimte…’ 🔭

Elk schooljaar heeft het katholiek secundair onderwijs een nieuw jaarthema. Hiervoor inspireren we ons steeds op een evangelietekst.

Als we als school ook een katholieke dialoogschool willen zijn dan moeten we ruimte geven aan onze jongeren om hun eigen vorming uit te stippelen en richting te geven. Met de POP-uren of het ‘Persoonlijk OntwikkelingsPlan’ willen we zeker deze kaart trekken.

Als we een pedagogie van de hoop willen nastreven dan helpen we onze jongeren om hun richting te vinden door middel van verschillende wegwijzers: duurzaamheid, gastvrijheid, generositeit, kwetsbaarheid en belofte, rechtvaardigheid, uniciteit in verbondenheid, verbeelding en onze schooleigen ‘inspiratie’. We noemen ons niet voor niets Inspirocollege. Daar klinkt het woord ‘inspiratie’ in door.

Als school in het hart van Limburg willen we op verschillende manieren een ‘Wondere ruimte’ scheppen. Niet alleen door onze groene ligging en de ruimten waar we elke dag in werken maar ook door onze aandacht voor inspiratie doorheen de godsdienstlessen, de activiteiten ingericht door de pastorale animatiegroep en de hartelijke ontmoetingen tussen leerlingen en personeel. De ruimte wordt echt wonderlijk wanneer we ernaar kijken met de ogen van de heilige Geest en we Hem erin werkzaam zien.

Het Pinksterverhaal (Handelingen 2,1-13) zal het kernverhaal zijn en ons begeleiden om die wondere ruimte binnen te gaan. Met Pinksteren gebeurt wat Jezus had beloofd: Hij zendt – als verrezen Heer – de Geest om de leerlingen te bemoedigen, te sterken. Met die inspiratie brengt Hij hen alles in herinnering wat Hij heeft gezegd en gedaan om samen Kerk te vormen rondom Hem. Het Pinksterverhaal en Jezus’ boodschap roept ons op om geïnspireerd door zijn voorbeeld samen school te vormen.

De heilige Geest wordt in de Bijbel symbolisch voorgesteld door een duif. De Geest vliegt er met ons in dit schooljaar!

De komst van de heilige Geest

1Toen het Joodse Pinksterfeest begon, waren alle gelovigen bij elkaar in een huis. 2Opeens kwam er uit de hemel een vreemd geluid. Het klonk alsof het hard begon te waaien. Het was overal in huis te horen. 3Ook zagen de gelovigen iets dat op vuur leek. Dat vuur verdeelde zich in vlammen, en op iedereen kwam een vlam neer. 4 Zo kwam de heilige Geest in alle gelovigen. Daardoor begonnen ze te spreken in vreemde talen. 5Op dat moment waren er in Jeruzalem veel Joden uit alle delen van de wereld. Ze waren gekomen om het Pinksterfeest te vieren. 6 Toen het geluid uit de hemel klonk, kwamen ze er allemaal op af. Ze begrepen er niets van. Want iedereen hoorde de gelovigen spreken in zijn eigen taal. 7 Iedereen was erg verbaasd en zei: ‘De mensen die daar praten, komen allemaal uit Galilea. 8Hoe kan het dan dat we ze allemaal horen spreken in onze eigen taal? 9-11 Wij komen allemaal ergens anders vandaan. Sommigen van ons komen uit landen in het oosten. Anderen komen uit landen in het noorden, het zuiden of het westen. Sommigen komen uit de grote stad Rome zelf. Weer anderen komen van het eiland Kreta, of uit de woestijn van Arabië. Er zijn hier Joden uit alle delen van de wereld. Er zijn ook mensen die uit andere volken komen en Joods geworden zijn. En toch horen we allemaal onze eigen taal! We horen dat er verteld wordt over de geweldige dingen die God doet.’ 12De mensen snapten er helemaal niets van, en ze wisten niet wat ze ervan moesten denken. Ze vroegen aan elkaar: ‘Wat betekent dit toch allemaal?’ 13Maar anderen lachten om de gelovigen en zeiden: ‘Die mensen zijn gewoon dronken!’

Bijbel in gewone taal, Handelingen 2, 1-13


Duiding bij het Bijbelverhaal

Je zou het misschien niet direct denken maar het Pinksterverhaal heeft enkele belangrijke ankerpunten in het 1ste Verbonden (‘het oude testament’) of de ‘Joodse Bijbel’.

  • Ook de Joodse kalender kent een Paas- en Pinksterfeest. Het Pinksterfeest wordt ‘Wekenfeest’ genoemd. Het wordt (cf. boek Leviticus) elk jaar gevierd 50 dagen na Pasen. Met Pasen gedenken de Joden de uittocht uit Egypte. Het Wekenfeest is een ‘oogstfeest’: de eerste vruchten van de oogst worden uit dankbaarheid afgestaan aan de Heer.
  • De evangelist Lucas situeert de Pinksterervaring van de vroege Kerk op dit Joodse Pinksterfeest. Vanuit een parallelle gedachte zou je kunnen zeggen dat christenen met Pinsteren God danken voor de eerste vruchten die de heilige Geest hen schenkt: de kerkgemeenschap.
  • Tijdens het Joodse Pinksterfeest wordt het verhaal verteld over hoe Mozes op de berg Sinaï de Wet mocht ontvangen. Hij legt de 10 geboden of ‘raadgevingen’ vast op 2 grote stenen. Lucas maakt duidelijk dat de Geest het oude verbond (‘de mens is er voor de Sabbat’ – minutieus de geboden en verboden volgen) vernieuwt en de wet van de Liefde instelt (‘de Sabbat is er voor de mens’ – het gebod van de Liefde eren en heiligen; God beminnen en de naasten zoals uzelf).
  • Het Pinksterverhaal vormt ook een tegenpool met het verhaal van de Toren van Babel (Gn 11,1-9). De mensen waren hoogmoedig en wilden een toren bouwen tot in de hemel. Daarom brengt God in het Babelverhaal taalverwarring: de mensen verstaan elkaar niet meer. In het Pinksterverhaal brengt de Geest juist de leerlingen samen en zet hun hart in vuur en vlam zodat iedereen elkaar hoort spreken in de eigen taal. De Blijde Boodschap wordt vanuit Jeruzalem (voor Lucas het centrum van de wereld) wereldwijd verder verteld.

Verkenningen bij ‘Vlieg je mee? Wondere ruimte…’

Zoals reeds aangehaald: de heilige Geest wordt in de Bijbel symbolisch voorgesteld door een duif. De Geest vliegt er met ons in dit schooljaar! Hij wil graag ruimte ervaren en niet opgesloten worden in onze vaste structuren.

Hoeveel ruimte krijgt de heilige Geest in ons persoonlijk leven, bij ons thuis, de geloofsgemeenschap waar we misschien bij horen of hier in onze school? Mag Hij leidend aanwezig zijn of wil jezelf of iemand anders te veel leiding houden en bepalen welke rol de heilige Geest in jouw leven speelt of mag spelen? We zullen nooit onze positie van autoriteit in de maatschappij, in de school of in de klas kunnen innemen als we ons hart niet openen voor de heilige Geest en Hem uitnodigen om de leiding te nemen. De Geest dringt zich nooit op. Hij is eerder fluisterend aanwezig in het diepste van je zijn. Hij is een soort van goddelijke ‘inner voice’ die wil klinken als jij Hem daar de ‘wondere ruimte’ voor geeft. Misschien zijn wij het zelf wel die de heilige Geest te veel begrenzen? Misschien zijn wij het zelf wel die de heilige Geest vast zetten en klankloos maken?

De apostelen waren op de dag van het Pinksterfeest samen in één huis. Dat is niet toevallig zo. Ze vormen samen één groep, één gemeenschap. Dat is voor de Kerk – als ze trouw wil blijven aan het leven en het voorbeeld van Jezus en aan de inspiratie van de heilige Geest – essentieel. Tegelijk is het voor de Kerk een uitdaging om in de wereld het vredevol samenzijn te bevorderen. Wat doe jij er persoonlijk voor om de eenheid op school te bevorderen? Wat doe jij er persoonlijk voor om van je klas een ‘wondere ruimte’ te maken?  

In het Pinksterverhaal wordt ook veel beeldspraak gebruikt. Beelden zeggen soms veel meer dan woorden. ‘Opeens kwam er uit de hemel een vreemd geluid. Het klonk alsof het hard begon te waaien. Het was overal in huis te horen’. En onmiddellijk volgt een ander beeld.  ‘Ook zagen de gelovigen iets dat op vuur leek. Dat vuur verdeelde zich in vlammen, en op iedereen kwam een vlam neer’. Vuur is dubbelzinnig want het kan verwoesten. Maar hier zet het vuur zich op iedereen neer. Het is licht en warmte. Het zorgt voor de ‘positive vibes’. Hoe kan ik voor meer positieve energie zorgen in mijn eigen leven, in het leven van anderen, in onze school, in je klas? Waar kan jij voor het frisse geluid zorgen dat plots klinkt – misschien wel geïnspireerd door de heilige Geest – om voor de nodige warmte te zorgen bij de mensen om je heen? Waar moet je je tong beteugelen zodat je – vurig als we soms zijn – geen vernietigende taal spreekt maar veeleer opbouwende kritiek of juist een bemoedigend woord?

Opmerkelijk in het Pinksterverhaal is de ‘eenheid in verscheidenheid’. Diversiteit is een belangrijk topic in het maatschappelijk gesprek; ook in onze school. Om één te zijn moeten we niet noodzakelijk dezelfde taal spreken of identiek dezelfde gebruiken cultiveren. De rijkdom ligt net in de verscheidenheid. De eerste volgelingen van Jezus moesten leren omgaan met nieuwe leerlingen die zich van overal wilden aansluiten bij de geloofsgemeenschap. Ook wij leren elke dag opnieuw om met verscheidenheid om te gaan: in de verschillende geloofsgemeenschappen, in de maatschappij in het algemeen maar ook heel concreet met allen waar we Inspirocollege mee vormen. Wat doe ik eraan om meer verbondenheid te cultiveren ondanks de grote verscheidenheid? Hoe ga ik om met onoverbrugbare verschilpunten? Blijf ik vasthouden aan diep geslagen wonden uit het verleden of laat ik me opnieuw ‘aanvuren’, ‘inspireren’ om er samen in de wereld, thuis, hier in onze school een ‘wondere ruimte’ van te maken? Kom! Vlieg je mee?

Laten we in onze school Pinkstermensen zijn…

Pinkstermens zijn
is leven volop
ramen en klasdeuren opengooien
praten met iedereen
niemand is vreemdeling
niemand wordt uitgesloten
bang van geen mens
en geen macht
Pinkstermens zijn
is de levensadem voelen in je rug
volop leerling of leerkracht zijn
je helemaal smijten …
geïnspireerd, enthousiast, vol hoop …
Vlieg je mee?

(dank aan Filip Vanbesien, bewerking Chris Jeunen)

 

Geest van Hierboven

Ik wil de rots zijn in de branding…
Ik wil de sprong zijn in het duister en de laatste strohalm zijn …

Schrijf je in op onze nieuwsbrief.